Pesten is een fenomeen dat jammer genoeg geregeld voorkomt op school.
Pesten wordt op onze school niet getolereerd. Toch zullen pesterijen nooit helemaal verdwijnen. Wij willen onze kinderen aanmoedigen om op een waardige manier met elkaar om te gaan, in spel, in werk, in plezier. Preventief pesten voorkomen. Tevens willen wij onze leerlingen ook doen uitgroeien tot jonge volwassenen die op een correcte en ongedwongen respectvolle manier met elkaar omgaan. Als ze nu ervaren dat zowel het pesten als het gepest worden niet fijn is en niet gewild gedrag is, zullen ze dit mee uitdragen naar een meer vredevolle samenleving.
De school heeft een beleid ontwikkeld en er al enige expertise in opgebouwd.

Voorkomen
In de eerste plaats voert de school een beleid dat gericht is op het voorkomen van pestgedrag. Dit gebeurt door het bevorderen van een kindvriendelijke klimaat, door het voeren van gesprekken in de klas, door het doen van activiteiten die het welbevinden bevorderen. De school stelt ook geregeld leefregels in het spotlicht waardoor de positieve wijzen van samenleven belicht worden. Ook via ons rapport worden deze sociale vaardigheden ter sprake gebracht en kunnen zowel de leerling als het kind zicht krijgen op het sociale leven van het kind op school.

Het gebeurt toch
Pesten betekent: plagen, treiteren, iemand pijn doen en het leven zuur maken. Het gemene hiervan is dat meestal een groepje kinderen samen één kind gaat pesten. Dit groepje maakt dat kind belachelijk, stoot het uit de groep waardoor dat kind zich heel ongelukkig gaat voelen.
Een kind dat wordt gepest voelt zich vaak heel alleen. Het durft niet meer buiten te spelen of kan 's nachts niet slapen. Het kan er zelfs hoofdpijn of buikpijn van krijgen. Het ergste is dat het kind niet meer weet wat het moet doen om het pesten te stoppen.
Eigenlijk loopt iedereen op school de kans gepest te worden. Er zijn vaak genoeg aanleidingen voor te vinden. Bijvoorbeeld je uiterlijk, je kleding, omdat je ouders gaan scheiden, je kunt misschien heel goed leren of juist niet. Er zijn natuurlijk nog veel meer dingen op te noemen.
Er zijn een heleboel kinderen die dagelijks gepest worden. Het komt op alle scholen voor.

Wat doen we?
-In de oudere kleuterklassen en jongere leerjaren wordt er vooral preventief rond pesten gewerkt. Het verschil tussen ruziemaken, plagen en pesten wordt duidelijk gemaakt.
Op schoolniveau trachten we dit gevoelige thema blijvend in de kijker te plaatsen door de organisatie van bv een anti-pestweek (dag). De school beschikt ook over boeken en materialen die bij dit thema aansluiten.
-We werken ook rond het verhaal van “Victor en zijn goedgevoel machine”. Samen met de kinderen gaat Victor op zoek naar 'groene' en 'rode' gedragingen, gedachten en gevoelens of naar aanvaardbaar of onaanvaardbaar gedrag zoals pesten. Elk kind krijgt een mini goedgevoel machine = een half groen, half rood meetlatje. Hiermee kunnen ze hun ‘groene’ of ‘rode’ gevoel tonen.
-Met onze school kozen we voor de No-blame aanpak om in bepaalde situaties pestgedrag aan te pakken. De ‘No Blame’-aanpak is een niet-bestraffende, probleemoplossende methode om met pestsituaties om te gaan. Deze aanpak werkt groepsdynamisch en via de invloed van de groepsleden trachten we zo het pestprobleem op te lossen.
-In de klassen van de derde graad staan we ook stil bij het fenomeen van ‘cyberpesten’.

De No-blame aanpak
De No-blame methode is een aanpak om pesten te laten ophouden. De methode werkt vanuit een niet straffend model en is toch (of misschien daarom) zeer effectief.
Het is proefondervindelijk gebleken dat veel strategieën die gebruikt zijn om het gedrag van de pester te veranderen, niet effectief zijn.
We kijken naar de pester met gevoelens van boosheid en frustratie, en naar het slachtoffer met medelijden. Omdat we een verantwoordelijkheid hebben tegenover de kinderen en hun ouders is het belangrijk dat we accuraat en effectief kunnen reageren op pestgedrag. Dit betekent dat we een methode moeten kunnen inzetten die werkelijk leidt tot resultaten, n.l. het pesten te laten ophouden.
De No-blame methode is een zeer effectieve, gemakkelijk toe te passen aanpak om pesten te stoppen. Sommige onderzoeken in Engeland noemen succespercentages van +90%.  Waar de meeste andere methoden zich onderscheiden indien ze rond de 50% succesvol zijn, vinden wij dat we hier kunnen spreken van een revolutionaire ontwikkeling in de aanpak van pestgedrag.
Hieruit volgt dat een paar belangrijke attitudes geïntegreerd moeten zijn om problemen aan te kunnen pakken. Toegespitst op het pestprobleem gaat dat om:
- Een sfeer kunnen creëren waarin pesten door het complete team eenduidig als ongewenst gedrag wordt aangemerkt.
- Het belang onderkennen dat er voor zowel slachtoffer als dader hulp geboden moet worden.
- Willen onderschrijven dat ook toeschouwers en "mede-weters" een rol in het proces vervullen.
- Begripvol kunnen luisteren, daar de tijd voor kunnen nemen en open staan voor ideeën van de kinderen.
- Steunend en hulpvaardig kunnen zijn. Het is bijvoorbeeld belangrijk dat je zorgt dat de kinderen merken dat je hun medestander bent, laat ze niet in de kou staan en help de groep goede oplossingen te vinden.
Eén van de gevolgen van het toepassen van de No-Blame® methode is dat kinderen (en leerkrachten) leren om samen conflicten op te lossen door verantwoordelijkheid voor elkaar te aanvaarden. Bij deze methode wordt dat niet expliciet gemaakt of als een moraliteit ingehamerd, we volstaan met het laten ervaren van deze houding.

De rol van de ouders
Het is de taak van de ouders de signalen die het kind uitzendt op te pikken. Het is ook belangrijk een onderscheid te kunnen maken tussen (occasioneel) plagen en (systematisch) pesten. Het is belangrijk de school op de hoogte te brengen van voorkomend pestgedrag. Dit kan via (liefst) de klasleraar maar kan ook via de zorgcoördinator of de directie. Dit geeft ons de mogelijkheid om de actie gezamenlijk op te zetten. Afhankelijk van de mogelijkheden is er op school een rol in het proces weggelegd voor de klasleerkracht, de zorgcoördinator of de CLB-medewerker.